Wannes Cappelle: “We gaan ervan profiteren op ManiFiesta”

ManiFiesta zakte af naar de regenachtige Lokerse Feesten om Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal te interviewen over toeval, muziek, inspiratie, sociaal engagement en ManiFiesta.

Laten we met de deur in huis vallen. Net toen Naar de wuppe werd ingezet, stopte het in Lokeren met regenen. Toeval of ben je bijgelovig?

Wannes Cappelle: Nee, ik ben niet bijgelovig, het is dus zeker toeval. Maar we hebben dit jaar wel al verschillende keren in de regen gespeeld, terwijl we vorig jaar steeds zon hadden.

In Ploegsteert zing je over wielergod Vandenbroucke en God die hem uit zijn lijden verlost. Ook toeval of zit er meer achter?

Wannes Cappelle: Dat is dan weer geen toeval. Ik heb godsdienstwetenschappen gestudeerd en er veel over gelezen. Ik ben katholiek opgevoed, gedoopt en misdienaar geweest. Ik ben er veel mee bezig geweest en heb er lang in geloofd. En het moment dat je er niet meer in gelooft, is een beetje zoals een kind dat te horen krijgt dat Sinterklaas niet bestaat: je voelt je wat bedrogen en je stelt je vragen over het verleden. Het is ook een ontgoocheling, want een wereld met Sinterklaas lijkt op het eerste zicht toch mooier dan een wereld zonder Sinterklaas.

Wat moet iemand doen om een nummer zoals Ploegsteert te schrijven, dat volgens de Radio 1-luisteraars het beste Belgische nummer aller tijden is?

Wannes Cappelle: Dat heeft met verschillende dingen te maken. Enerzijds merkten we dat, doorheen de jaren, het nummer tijdens optredens steeds beter werd onthaald en vaker werd meegezongen. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor wielrenner Frank Vandenbroucke, waarover het nummer gaat: hoe langer het geleden is dat hij gestorven is, hoe mythischer hij wordt. Dat, in combinatie met de aandacht die we in 2016 kregen omdat we net een nieuwe plaat Calais uit hadden, maakt dat Ploegsteert op de eerste plaats terecht kwam. Op zich is dat niet zo belangrijk, maar het is wel leuk natuurlijk.

In het nummer Calais van de nieuwe plaat komt de invloed van de actualiteit sterk naar voor. Hoe past dat in het plaatje van Het Zesde Metaal?

Wannes Cappelle: De situatie in Calais maakte dat we er vooral níks over konden zeggen. Als we over Calais zouden zwijgen, dan zouden we erover liegen. Dan zijn we niet meer trouw aan onszelf. Er zijn natuurlijk veel politieke thema’s waar iets over te zeggen valt, maar veel daarvan sneuvelen omdat we er geen goede song van kunnen maken. Met Calais zijn we daar wel in geslaagd. Ik ben voor politiek engagement, maar als muziek enkel een politiek statement is, dan doen we de muziek tekort. Muziek is méér dan dat en we moeten er wel een goede song van kunnen maken.

Een nummer maken met als titel Calais is één ding, maar jullie hebben ook de plaat de titel Calais meegegeven. Waarom?

Wannes Cappelle: Calais staat voor ons symbool voor de moeilijke tijden waarin we leven. Ik ben opgegroeid in de voor mij veilige jaren ‘90. Er was toen ook wel chaos, maar nu komt het wel heel dichtbij. Calais is een plek van extreme hoop en extreme wanhoop. Het tijdsgewricht waarin we leven heeft dat ook. Er zijn zeer veel hoopvolle dingen, mensen die zich engageren, uitvindingen die de wereld kunnen redden... Noem maar op. Maar aan de andere kant zijn er veel dingen om zeer pessimistisch over te zijn.

Die dualiteit tussen het positieve en het tragische komt in veel nummers terug.

Wannes Cappelle: Ik vind het moeilijk om één kant te kiezen. Ook met meningen laat ik me niet snel verleiden tot een extreem standpunt. Dat is de godsdienstwetenschapper in mij, die te veel de twee kanten wil zien.

Te veel?

Wannes Cappelle: Te veel om extremist te kunnen zijn. Anderzijds heeft onze maatschappij wel mensen nodig die op de barricades gaan staan, en ik waardeer dat zeker, maar ik zal niet snel die persoon zijn.

De muziek van Het Zesde Metaal wordt wel eens omschreven als dialect pop. Hoe zou jij jullie muziek zelf omschrijven?

Wannes Cappelle: Dialect pop is geen genre. Dat is zoals “Italiaanse rock” zeggen. Rock is rock en reggae kan ook in het dialect gezongen worden. Het is gewoon tof dat dat tegenwoordig kan. Gewoon zingen zonder te moeten doen alsof. En dat doet niets af aan groepen die in het Engels zingen. Neem Admiral Freebee, wanneer hij Get Out Of Town zingt over Brasschaat, dan klopt dat gewoon. Ik heb het zelf trouwens geprobeerd in het Engels, maar dat was een ramp.

Tijdens de Radio 1-sessies speelde Het Zesde Metaal een fel gesmaakte versie van Boze Wolven van Gorki met een vleugje Where is my mind van de Pixies. Wat zijn de belangrijkste muzikale invloeden van Wannes Cappelle?

Wannes Cappelle: De Pixies zijn een inspiratiebron voor iedereen in de groep. Door Boze Wolven van Gorki te vermengen met de Pixies, is het voor ons ook gemakkelijker om het nummer te brengen. Zo wordt het verlies van Luc De Vos (de overleden zanger van Gorki, nvdr) wat verzacht.
Daarnaast zijn we allemaal nogal fan van Radiohead, en Wilco is voor mij al jarenlang een inspiratie. Bright Eyes, de groep van Conor Oberts, is voor mij ook al heel lang een partner in crime. Oberts schrijft waanzinnig goede teksten met heel mooie beeldspraak. Wanneer ik het even niet weet, dan leg ik nog eens een CD van Bright Eyes op, of probeer ik een nummer te vertalen om wat bezig te blijven en daar komt dan dikwijls een eigen nummer uit.

Voor de rest heb ik jammer genoeg te weinig tijd om naar dingen te gaan kijken en luisteren. Ik kan ook door theater geïnspireerd worden, maar het komt er gewoon niet meer van.

De mensen kennen Wannes Cappelle niet enkel van Het Zesde Metaal, maar ook van theater en van de fantastische tv-serie Bevergem. Zijn er andere projecten die we in de komende tijd mogen verwachten?

Wannes Cappelle: Het grootste deel van mijn tijd ben ik aan het werken aan een scenario. Ik heb met mijn vrouw ook een boekje geschreven over IJsland. Dus als ik niet op de baan ben met Het Zesde Metaal, dan zit ik meestal aan de schrijftafel.

Laten we het even hebben over het programma van ManiFiesta. Wat zou je zelf willen zien als je de kans hebt?

Wannes Cappelle: Als dat zuster Jeanne Devos is op het programma, dan wil ik haar zeker zien, want we hebben eens een benefiet voor haar gespeeld. Ook Vive la Fête wil ik wel meepikken, want ik heb hen nog nooit live gezien. Antwerp Gypsy Ska Orkestra wil ik ook graag zien. Maar er zijn ook groepen als Idir en Captain Ska die ik niet ken.

Heb je nog een boodschap voor het ManiFiestapubliek?

Wannes Cappelle: Wel, ManiFiesta is ons laatste festival. Ik kijk er hard naar uit, omdat we dan zo goed op elkaar zijn ingespeeld dat er veel vrijheid is. Meestal is het laatste optreden het leukste van de zomer. Wij gaan er goed van profiteren, want daarna komt de winter er weer aan, en ik hoop dat het publiek hetzelfde zal doen.

Bedankt voor het interview en tot in Bredene!

Het Zesde Metaal speelt op zaterdag 16 september om 19u15 op de Main Stage (outdoor) van ManiFiesta

(Foto: Belga)

Lees ook