ManiFiesta zingt … strijdliederen

Jan De Smet is voor het publiek van ManiFiesta geen onbekende. Hij stond al op ManiFiesta met een ‘Pete Seeger-hommage’ en 'Wannes Leeft!', een eerbetoon aan de overleden Antwerpse zanger Wannes Van de Velde. Reden genoeg dus om Jan ook deze keer te vragen om 'iets speciaals' te doen.

Christophe Devriendt

Jan De Smet. We deden eerder al eens een sing-a-long als publieksopwarmer op Dranouter. Na enkele jaren hebben we een thema in gestoken en hebben we ons gericht op strijdliederen. Bij een gesprek met Mario (Directeur van ManiFiesta nvdr) bedacht ik dat dat echt iets voor ManiFiesta zou zijn. Collectief zingen is trouwens gewoon heel populair. Kijk maar naar 'Vlaanderen zingt', waarbij vele duizenden mensen samen zingen op pleinen verspreidt over heel Vlaanderen.

 

Heb je zelf de periode van de protestsongs bewust meegemaakt?

Jan De Smet. Ik was 15 jaar in mei ‘68. Ik herinner me nog dat er in die periode op straten en pleinen werd gemanifesteerd, gediscussieerd en gezongen. Ik luisterde toen al naar Nederlandstalig en Franstalig chanson, blues en folk. In Mechelen hadden we een clubje van muziekliefhebbers die platen huurden in de bibliotheek, de platen opnamen op een bandopnemer en die dan grijs draaiden. Ik heb zelfs de historische logica gevolgd en dus eerst Woody Guthrie, daarna Pete Seeger en nadien Bob Dylan leren kennen.

 

Van waar kwamen die strijdliederen?

Jan De Smet. Die liederen waren vaak makkelijk om te spelen. Woody Guthrie zei ooit: 'Als je meer dan vier akkoorden gebruikt, ben je een stoefer.' (lacht) Het moet gemakkelijk te zingen zijn. Meestal werd er op Engelse folk-traditionals die de mensen al kenden andere teksten gezet. De woorden kreeg het publiek te lezen op grote bladen. 'Masters Of War' van Bob Dylan, gebaseerd op 'Nottamun Town', is daar een mooi voorbeeld van. Wannes van de Velde maakte trouwens een beklijvende Nederlandse „hertaling” van dit lied, zo mogelijk nog krachtiger dan het origineel ! Het was één groot kluwen van invloeden van overal en het mooie is dat die muziek blijft voortleven.

 

En dat ging toen ook al over samen zingen?

Jan De Smet: Ja, 'community singing' was toen al erg populair. Voor en tijdens betogingen werd er vaak gezongen. En achteraf werd er dan verder gespeeld, gezongen en vooral gedronken. Jammer genoeg vooral voor eigen parochie, voor de mensen die al overtuigd waren. Die bedenking maakte ik me toen ook al. Als je een muzikaal pamflet tegen het Vlaamse Belang hebt, dan moet je dat eigenlijk op hun samenkomsten gaan zingen! Maar weinigen durven dat doen als muzikant.

 

En wanneer ben je dan zelf beginnen spelen?

Jan De Smet. Op mijn 17de ben ik muziek beginnen spelen. Na een aantal jaren is dat goed beginnen lopen met wat ze aan het begin van de jaren '70, onder aanvoering van Wannes Van de Velde en Rùm, 'The Flemish folk-revival' zijn gaan noemen. Wij waren er als jonge snaken bij met De Snaar! Er werd toen overigens in heel België gespeeld. De groepen kwamen mekaar tegen op Brusselse concertavonden en er was een periode dat we meer in Wallonië dan in Vlaanderen speelden. Er was toen een redelijk groot circuit van folk-clubs waar telkens een honderdtal mensen binnen konden. Vanuit de Mallemolen van Hoeilaart werden er kleine tournees opgezet. Op die manier konden ook buitenlandse groepen een hele week in België spelen.

 

Zijn er nummers van toen die gelinkt waren aan sociale bewegingen of sociale strijd?

Jan De Smet. Jazeker. Het bekendste is wellicht 'Ring, Ring, I've Got To Sing' waarin Ferre Grignard zingt: 'It's all because of my color, for their war though I'm fine' over rassendiscriminatie. Of liedjes over sociale wantoestanden, zoals Wannes Van de Velde met zijn 'Nief lied van d'Aentwaerps' urbanizase'. Nog steeds een actueel thema! Miek & Roel zongen dan weer vertalingen van protestteksten van die andere Amerikaanse folk-artiest Tom Paxton. Onder andere over de wapenindustrie in 'Koop een Geweer', waarin ze beginnen met 'Stop je zoon een wapen in de hand, zorg dat hij graag spelen gaat met zo'n leuke handgranaat'. Verder hadden ze zelfs liedjes als 'De Grote Revolutie' en 'Jan met de Pet'.

Ik denk ook aan Willem Vermandere, Zjef Vanuytsel en Jan De Wilde die toen allemaal populair waren. Er werden toen, in vergelijking met vandaag, veel meer teksten geschreven die ergens over gingen, die de vinger op de wonde legden en minder introvert waren. De liedjes van tegenwoordig noem ik liever 'dagboekfragmenten', waarin artiesten eerder schrijven hoe het er in hun leven aan toe gaat en minder over sociale thema’s.

 

Zie je vandaag maatschappijkritische artiesten opstaan?

Jan De Smet. Die zitten tegenwoordig toch vooral in de hiphop, waar ik zelf te weinig voeling mee heb. Ik denk daarnaast aan Toerist Le MC en Wannes Cappelle, zanger van Het Zesde Metaal (in 2017 op ManiFiesta nvdr), die in hun teksten de traditie van Wannes Van de Velde verder zetten. Zij hebben een paar geweldig mooie nummers gemaakt, over wat er misloopt in deze wereld en wat er zou kunnen veranderen …. Wat mij wel verbaasd is dat er nauwelijks artiesten zijn die het hebben over de almacht en de arrogantie van de banken! Te droge materie wellicht ... 

 

Kan muziek een antwoord bieden op de verdere individualisering van de samenleving?

Jan De Smet. Muziek kan de problemen zichtbaar maken en aanklagen. Het is echter moeilijk om als artiest politiek stelling in te nemen, omdat je als artiest voor een zo groot mogelijk publiek wil spelen en je al gauw een stempel opgeplakt kan krijgen. Op het artistieke vlak is het anders. Daar heb ik mij bijvoorbeeld zelden individueel, maar vooral binnen het collectief opgesteld in samenwerking met andere muzikanten en in allerlei concepten. Ook hou ik me bezig met ‘Monumentenzorg’, waarbij ik oude liedjes of liedjes van overleden artiesten verder laat leven en blijf uitvoeren. Het concept van de sing-a-long/protestsong kadert daar ook in. En door de keuze van dat materiaal breng je toch een maatschappijkritiek, al is het soms met veel humor!