Jeanne Devos: “Vrouwen die zich organiseren hebben een ongelooflijke kracht.”

Jeanne Devos (1935) zet zich sinds jaar en dag in voor de armen in de sloppenwijken van Bombay, India. In 2005 werd ze hiervoor genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Dit jaar komt ze over haar jarenlange engagement spreken op ManiFiesta. We gingen met haar in gesprek.

Steff Coppieters

“Mensen doen beseffen wat ze waard zijn,” “solidariteit,” “je inzetten voor elkaar,” “de kracht van vrouwen.” Zuster Jeanne Devos weet meteen waarover ze het wil hebben met het publiek op ManiFiesta. “Komen er veel jongeren?” vraagt ze ons meteen. “Ik zou graag met hen in gesprek gaan over hoe jongeren zich in India organiseren voor gelijke rechten.”

Toen de wet in India kinderarbeid onder 14 jaar verbood, organiseerden jongeren zich voor hun recht op onderwijs. “In onze beweging vormen jongeren hun eigen groep, een jongerenbeweging voor kinderrechten. Ze doen dat vanuit de fierheid over gelijke rechten. Naar school kunnen gaan is geen gunst voor deze kinderen, maar een recht dat ze zelfbewust opeisen. Vanuit het fundamentele idee dat alle kinderen gelijke rechten hebben. Ze trekken met dat argument naar de slums om andere kinderen naar school te krijgen. En het werkt. In de sloppenwijken waar de jongerenbeweging sterk staat, zijn er amper kinderen die geen onderwijs volgen.”

Haar hele leven zette Jeanne zich in voor de rechten van het huispersoneel in India. Miljoenen vrouwen en jongeren werken er in dienst van rijkere families maar ook de middenklasse. Achter de gevels van de huizen blijven uitbuiting, mishandeling en verkrachting aan het oog onttrokken. Slavernij, terug van nooit weggeweest. Jeanne loste de problemen niet op in de plaats van het huispersoneel. Dat moesten ze samen doen. Jeanne staat daar enorm op. Ze richtte de National Domestic Workers’ Movement op in 1985. De vrouwen hebben zich ook georganiseerd in hun eigen huispersoneelsvakbonden. Het was het begin van een lange strijd voor basisrechten.

“Ik werd beschuldigd van kinderhandel en zelfs drugshandel”

Evident was Jeannes engagement nooit. “Je gaat tegen machtige belangen in. Als kinderen werden vastgehouden en mishandeld gingen we hen redden. Onvoorstelbaar hoe sommige families - die met hun eigen kinderen op vakantie trokken - het kind dat in huis diende dagenlang vastbonden aan een tafelpoot. Om te vermijden dat het zou weglopen. Als we weet hadden van zo’n geval gingen we het kind ophalen en in veiligheid brengen. Daarop werd ik valselijk beschuldigd van kinderhandel en zelfs drugshandel!”

“In het begin nodigden we twee- à driehonderd vrouwen uit voor een vergadering. Er kwamen er zeven opdagen. Meteen viel de ene vrouw een andere aan. Ze had haar werk afgepakt, want zij kon vijf minuten vroeger beginnen. Gevolg: de kinderen van de werkloze vrouw zaten thuis met honger. Hoe los je dat op? Ik kon beide vrouwen volledig begrijpen. Het is omdat ze machteloos staan dat de werkgevers hen tegen elkaar uitspelen.
Als kinderen honger hebben, los je dat niet op door hun moeders brood mee te geven. Nee, we gingen samen kijken om de kinderen in te schrijven op school. Daar krijgen ze een middagmaal. Volgend probleem: in de sloppenwijken hebben de mensen geen huisnummer, een vereiste om je kind te kunnen inschrijven op school. Toen zijn we actie gaan voeren om ze toch ingeschreven te krijgen. Het heeft me geleerd om de dagelijkse problemen van de mensen als vertrekpunt te nemen. Door die samen aan te pakken, bouw je solidariteit op, leer je dat inzet voor elkaar loont en dat je beter samen voor je rechten opkomt.”

“Veel van deze mensen bestonden officieel niet.”

“We hebben samen een vakbond voor huispersoneel in India opgericht. Het was belangrijk om een eigen vakbond te hebben, een organisatie waarmee deze mensen konden opkomen tegen uitbuiting in de specifieke omstandigheden in hun sector. In alle staten van India vroegen huispersoneelsvakbonden een officiële erkenning aan. Daardoor kregen hun leden ook erkenning door de staat. Veel van deze mensen waren hiervoor niet eens geregistreerd bij de overheid, ze bestonden officieel niet. Dat was een grote stap vooruit. We vertrokken verder van het principe dat de leden zelf verantwoordelijk zijn voor de werking en voor de campagnes rond huisarbeid. Ze kozen een verantwoordelijke van wie ik wist dat ze met haar vingerafdruk ondertekende omdat ze niet kon lezen of schrijven. Ik zat daar wat mee in. Maar daar had ze al een oplossing voor: ze had al iemand gevonden die haar de documenten zou voorlezen en zij zou dan wel zeggen of er nog zaken aan dienden te veranderen. Het toont nog maar eens die ongelooflijke kracht van vrouwen die zich samen organiseren.”

Ook op internationaal vlak zat Jeanne niet stil. Vanuit België kon ze rekenen op solidariteit vanuit het ACV. Het opende de deuren naar de International Labour Organisation (ILO). Samen met onder anderen Pia Stalpaert (voorzitster ACV Voeding en Diensten) onderhandelde ze in 2011 ILO-conventie 189, een internationaal verdrag over de rechten van huispersoneel. ACV Voeding en Diensten geeft niet alleen financiële steun aan hun Indiase collega’s. De problemen van huishoudhulpen verschillen over heel de wereld, maar er zijn ook gelijkenissen. ACV Voeding en Diensten voerde een enquête uit bij 51.000 aangesloten poetsvrouwen. Eén op drie bleek slachtoffer van ongewenste intimiteiten, aanrakingen of verkrachtingen. De werkneemsters werken alleen, er is geen collega in de buurt bij wie je terecht kan en je zit in het privé-huis van je klant. Ze hebben bovendien ook vaak schrik om hun werk te verliezen. Daarom blijft zoveel misbruik ongemeld. In India is de context helemaal anders, maar in essentie gaat het om dezelfde problematiek. Of het nu in Mumbai, Qatar of Mexico is. Jeannes voorbeeld inspireert huispersoneel over de hele wereld om zich in vakbonden te organiseren en samen op te komen voor hun rechten. Internationaal verenigen ze zich in de International Domestic Workers Federation, een internationale vakfederatie die al meermaals in de prijzen viel.